Gepubliceerd: 20 oktober 2009 om 12:55 uur
Auteur:
Steven Pemberton heeft aan zeker een tiental standaarden gewerkt binnen W3C. Op dit moment zit hij in een aantal werkgroepen. Zo is hij zogenoemde activity lead van html en van XForms. Hij werkt op het Centrum voor Wiskunde en Informatie (CWI) in Amsterdam.
Volgende week spreekt Steven Pemberton op de NLUUG najaarsconferentie over het open web. Techworld sprak alvast met hem over hoe het web zo open mogelijk gehouden kan worden.
Vaak wordt het open web gedefinieerd als een web waarvan de content vrij beschikbaar is, aldus Pemberton. Maar dat vindt hij onvoldoende gedefinieerd. “Ik vind dat je de verschillende dimensies van die openheid moet uitsplitsen, zodat je ze een voor een kunt nemen. Er zijn heel veel verschillende dimensies van openheid. Het is belangrijk om die allemaal in je hoofd te houden.”
Een van die dimensies is bijvoorbeeld de beschikbaarheid van de content voor blinden. “Is de content niet beschikbaar voor blinden, dan heb je g een open web”, stelt Pemberton. Maar er zijn meer dimensies. Zo is device-onafhankelijkheid er ook een. “Het is heel storend als je met een bepaald device of zelfs een bepaalde browser naar een website gaat en dat je die site dan niet kan zien", zegt hij.
De volgende dimensie die door Pemberton wordt onderscheiden zit in de dataformaten. “Natuurlijk zijn de dataformaten een groot probleem. Want als de data niet beschikbaar is in het algemeen, dan kun je het niet goed gebruiken. Een onderdeel van het web is dat je dingen kunt combineren. Daarvoor moet je de data kunnen bereiken en kunnen gebruiken op verschillende manieren.”
Dat kan al misgaan bij de zoekbaarheid van data. In bepaalde formaten (“Ik wil niet specifiek zijn over welke formaten, maar ik denk dat veel mensen wel weten welke formaten ik bedoel.”) kun je gewoon niet zoeken, zegt Pemberton. Een zoekmachine kan die data niet uit het formaat krijgen en dan is die data veel moeilijker te vinden. “Die data is niet open.”
Een probleem waar hij vervolgens uitvoerig op ingaat zijn de zogenoemde walled gardens. Volgens Pemberton is dat een probleem met web 2.0, waarmee Pemberton doelt op sites die hun waarde krijgen door middel van de gebruiker. Deze sites worden vaak afgesloten van de buitenwereld. Je kunt er je data binnenbrengen, maar daar zit het dan opgesloten. Een voorbeeld van dit soort sites is Flickr. Je zet er foto’s op en daar besteed je erg veel werk aan. Maar dat werk is alleen binnen Flickr nuttig. Komt er bijvoorbeeld een website die hetzelfde beter, mooier en handiger doet dan Flickr, dan kun je niet zomaar overstappen zonder al je werk in Flickr weg te gooien. Dat vindt Pemberton kwalijk. “Die data moet veel opener zijn. Want het is jouw data, niet die van hun. Jij geeft die website z’n waarde door er heel veel data op te zetten en zij hebben het recht op jouw werk. Dat vind ik een probleem. Het is mijn data, het is mijn werk en ik wil daarmee doen wat ik wil!”
Relevante berichten